De vorming van een bloedstolsel houdt verband met beschadiging van het vaatendotheel, een verhoogde bloedstollingsneiging en een vertraagde bloedstroom. Mensen met deze drie risicofactoren zijn daarom vatbaar voor bloedstolsels.
1. Bij mensen met beschadiging van het vaatendotheel, bijvoorbeeld na een vaatpunctie of veneuze katheterisatie, kunnen de collageenvezels die onder het endotheel bloot komen te liggen, bloedplaatjes en stollingsfactoren activeren. Dit kan leiden tot endogene stolling en trombose.
2. Mensen met een verhoogde bloedstollingsneiging, zoals patiënten met kwaadaardige tumoren, systemische lupus erythematosus, ernstig trauma of een grote operatie, hebben meer stollingsfactoren in hun bloed en zijn daardoor vatbaarder voor bloedstolling dan bij normaal bloed. Een ander voorbeeld zijn mensen die langdurig anticonceptiepillen, oestrogeen, progesteron of andere medicijnen gebruiken. Ook bij hen is de bloedstolling verstoord, waardoor ze sneller bloedstolsels vormen.
3. Bij mensen met een vertraagde bloedcirculatie, bijvoorbeeld door langdurig stilzitten tijdens het mahjong spelen, tv-kijken, studeren, in de economy class reizen of lang in bed liggen, kan het gebrek aan lichaamsbeweging ervoor zorgen dat de bloedcirculatie vertraagt of zelfs stagneert. De vorming van wervelingen verstoort de normale bloedstroom, waardoor de kans groter wordt dat bloedplaatjes, endotheelcellen en stollingsfactoren met elkaar in contact komen en er gemakkelijk een trombus ontstaat.
Visitekaartje
Chinese WeChat